In deze gesloten wereld van glas kijkt de maker zichzelf aan. Het is een zelfportret, maar geen eenvoudige ontmoeting met het eigen gezicht. Hier verschijnt het ik als reflectie, gevangen in een bol die zowel oog als gedachte is. De hand die de sfeer draagt, behoort tot dezelfde persoon die erin leeft: schepper en onderwerp samengebracht in ÊÊn gebaar.
Het gezicht is rustig, bijna streng, gevormd door aandacht en concentratie. De ogen rusten niet op de toeschouwer, maar keren naar binnen, alsof zij hun oorsprong onderzoeken. Achter hem buigt de vertrouwde ruimte zich naar de wetten van de spiegeling: boekenrekken krommen, ramen worden bogen, muren geven hun zekerheid op. De wereld van alledag wordt een innerlijk landschap, herschikt door zelfbeschouwing.
De hand onder de bol is krachtig en kwetsbaar tegelijk. Haar lijnen spreken van tijd, van oefenen, van herhalen. Zij houdt het zelf vast zoals men een gedachte vasthoudt: voorzichtig, wetend dat loslaten evenveel betekenis heeft als bewaren. In dit beeld is de kunstenaar niet verheven boven zijn werk; hij bevindt zich erin, opgesloten in zijn eigen waarneming.
Alles is uitgevoerd in stille grijzen, alsof kleur zou afleiden van de essentie. Licht wordt inzicht, schaduw twijfel. Het zelfportret is geen antwoord, maar een vraag die rond blijft gaan binnen het glas. Wie kijkt, wordt deel van die kringloop, want elke blik activeert opnieuw de reflectie. Zo toont dit werk niet alleen wie de maker is, maar ook hoe zien, denken en zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden blijven.
Digitaal kunstwerk 301 naar eigen foto
Gereed op: 11-01-2026