Pieter Saenredam
Pieter Saenredam woonde en werkte in 1636 gedurende 20 weken in het Utrechtse. Het was de meest intensieve en productieve periode uit zijn loopbaan. Omdat hij zijn tekenbladen nauwkeurig van data voorzag, kunnen we hem binnen een straal van 10 minuten lopen op de voet volgen. Het eerste blad dateert van 18 juni 1636 en het laatste van 23 oktober. Hij bracht vijf weken door in de Mariakerk. Over de tekeningen in de Buurkerk en de Jacobikerk deed hij tot 16 augustus. Toen hij daar klaar was, werkte hij afwisselend in de Dom, de Catharijnekerk, de Pieterskerk en de Janskerk. Toen Saenredam Utrecht verliet, had hij materiaal voor schilderijen van de vier kapittelkerken van de stad, de Johannieterkerk en twee van de vier parochiekerken.
Bron: Centraal Museum Utrecht
NB. Aan Pieter Saenredam heb ik een hommagereeks gewijd, zie Portfolio | Pieter Saenredam
Johannes Vermeer
Tegenwoordig is Johannes Vermeer (1632-1675) een van de beroemdste Nederlandse schilders uit de 17de eeuw, maar eeuwenlang was hij nauwelijks van betekenis. Het kleine oeuvre dat nu van hem bekend is, werd lange tijd aan anderen toegeschreven. Pas in de jaren 70 van de 19de eeuw werd hij herontdekt. Sindsdien zijn 35 schilderijen als 'Vermeers' erkend.
Johannes was de zoon van een zijdewerker en heeft altijd in Delft gewoond en gewerkt. Net als zijn vader was hij actief in de kunsthandel. Mogelijk was hij een leerling van stadgenoot Carel Fabritius. In 1653 schreef Vermeer zich in bij het schildersgilde, waarvan hij diverse jaren hoofd was. Vermeers vroege historiestukken tonen de invloed van de Utrechtse caravaggisten. Zijn latere werk bestaat uit interieurs met één of enkele mensen, meestal vrouwen. Intieme genrestukjes, waarin de hoofdpersoon zich wijdt aan een alledaagse bezigheid, meestal bij een venster dat het daglicht binnenlaat. Als geen ander kon Vermeer de lichtval op voorwerpen weergeven. Het Rijksmuseum bezit drie van zijn huiselijke taferelen en één stadsgezicht: het wereldberoemde Straatje. 
Bron: Rijksmuseum
Pyke Koch
Pyke Koch (1901-1991) leek door zijn voorkomen meer een aristocraat dan een artiest. Des te schokkender vond men zijn werk, toen Koch rond 1930 schijnbaar uit het niets de kunstwereld veroverde. Koch begon pas laat met schilderen, na een afgebroken rechtenstudie, en bleek een wonderboy.
Een heer van stand, dat liet hij graag zo, haalde zijn inspiratie uit de Duitse cinema, uit achterbuurtscènes en kermistaferelen. Van verlopen prostituees maakte Koch godinnen uit de goot. Hun verval zichtbaar, maar niet minder trots. Zijn portretten zijn indringend, dubbelzinnig, soms hard. De toeschouwer mag gissen naar Freudiaanse symboliek en de sekse van Kochs helden. Zijn zij vrouwen, mannen of travestieten?
Net als Willink streefde hij technische perfectie na. In Itali√ę bestudeerde hij oude Renaissance-kunstenaars zoals Piero della Francesca. Daar kreeg hij in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog een gevaarlijke fascinatie voor het fascisme. Hij dreef pas laat in de oorlog af van deze voorkeur en de 'foute reuk‚Äô bleef nog lang om hem heen hangen. Niettemin heeft het zijn reputatie als groot kunstenaar niet geschaad. Met slechts 120 schilderijen behoort het oeuvre van Pyke Koch nog altijd tot de top van het neorealisme en de 20ste eeuwse figuratieve kunst. Tijdgenoot, vriend en dichter Adriaan Roland Holst: ‚ÄĚWillink schildert de wereld. Koch schildert het leven‚ÄĚ.
Bron: Museum More
Joop Moesman
Johannes Hendrikus (Joop) Moesman (Utrecht, 6 januari 1909 ‚Äď Houten, 3 februari 1988) was opzichter-tekenaar bij de Nederlandse Spoorwegen, surrealistisch schilder, cultuurbeleidscriticaster en kalligraaf.¬†
Moesman ontwierp het lettertype de Petronius. Moesman was gehuwd met onder anderen de portretschilderes Erika Visser.
Bron: Wikipedia 

You may also like

Back to Top